+32 (0)10 24 80 69 - info@echoscommunication.org

VERSLAG van het n’GO-debat: It’s all about the money, money, money
VERSLAG van het n’GO-debat:

It’s all about the money, money, money… Hoe geld de ontwikkelingsrelatie inkleurt.

Op 27 januari wijdde n’GO Magazine een bijzonder gesmaakt debat aan de vraag hoe geld de relatie kleurt tussen donoren en ontvangers. We bogen ons over een kwestie die de sector én het grote publiek beroert: zonder geld geen daadkracht, maar hoe kan het op duurzame wijze? Bogdan Vanden Berghe, directeur van 11.1.11 en Hugo Couderé, stichter van Alterfin, brachten onder de deskundige leiding van moderator Dirk Barrez inzicht en nuance.

Bogdan vanden Berghe, beet de spits af met twee gedachten:
1) Vandaag is het bon ton te zeggen dat de kloof tussen Noord en Zuid vervaagt. Het is waar dat de ongelijkheid binnen landen overal stijgt, maar de ongelijkheid tussen landen is nog steeds groter dan de binnenlandse kloof. Daarom zal die gap ook met (ontwikkelings-)geld gedicht moeten worden. De focus op de 0,7% is achterhaald, aldus Vanden Berghe, maar het is de enige houvast of norm die we hebben om te pleiten voor publiek geld. Voor de echte noden is 0,7% ruimschoots onvoldoende, aangezien er 4000 miljard euro nodig is om de SDG’s waar te maken en 0,7% slechts 140 miljard oplevert. Er zal dus altijd publiek geld nodig zijn.
2) In de ontwikkelingssector vertellen sommigen (maar in afnemende mate) een caritatief verhaal. De echte uitdaging voor de sector ligt in het bevechten van rechten en die te financieren. Bogdan Vanden Berghe trekt een parallel met het klimaatverhaal: voor het financieren van de opwarming van de aarde wordt jaarlijks 100 miljard dollar uitgetrokken. Dit wordt nooit als een gunst gezien, altijd als normaal. Waarom wordt voor ontwikkeling steeds gevraagd of dit wel nodig is? Hier moet dezelfde logica gelden. De campagnes van 11.11.11 belichten klimaat, handelsbeleid, sociale zekerheid, … en vragen daar geld voor.

Hugo Couderé, gaf een korte historische inkijk in het ontstaan van Alterfin (microkredieten en duurzame investeringen). Alterfin neemt afstand van het gebruik van giftgelden voor de economische ontwikkeling van landen. Zij zagen bij hun ontstaan in 1993-4 meer heil in investeringen om de kloof tussen en binnen landen te verkleinen. Het stimuleren van economische ontwikkeling zou een faire verdeling van de inkomens bevorderen. Daarvoor moet geen ontwikkelingsgeld ingezet worden, maar andere transfers, investeringen en politiek. Ontwikkelingsgeld is trouwens slechts goed voor 16% van de totale transfers van Noord naar Zuid. De gelden uit de diaspora staan voor 35%, en daarnaast zijn er talrijke directe buitenlandse investeringen. Alterfin richt zich op die andere stromen. De investeringen moeten wel zeer goed geanalyseerd worden om te vermijden dat de investering de interne kloof nog groter maakt. Hugo Couderé verzet zich niet tegen ontwikkelingshulp as such, maar vraagt aandacht voor de manier waarop we die middelen inzetten.

Maar ongeacht of je hulp schenkt dan wel de partners selecteert waarin je wil investeren, altijd is er geld in het spel. Wat doet dat met gever en ontvanger?

Bogdan Vanden Berghe benadrukte het belang van correcte hulp. Het probleem bij bilaterale hulp is vaak dat fragiele landen, die veel hulp ontvangen, meer verantwoording afleggen aan de donoren dan aan hun eigen bevolking. In dat geval zitten de machtsverhoudingen fout. Actoren in ontwikkelingssamenwerking moeten werken aan een correcte relatie. Dat kan alleen als niet hun agenda wordt uitgevoerd, maar wat goed is voor het land.

11.11.11 ervaart een verschillende houding in Zuid-Amerika en Afrika. Waar Zuid-Amerikaanse landen vaak meerdere donoren hebben en een open, duidelijke band onderhouden, zijn de contexten van Afrikaanse landen vaak fragieler. Zij zijn meestal afhankelijk van 1 donor en ze doen wat ze denken dat de donor wil. In die landen moet de legitimiteit van de partners goed bestudeerd worden. Er moet ook aan een gezonde band gewerkt worden door tegenspraak te creëren en te dulden. Er blijft altijd een vorm van ongelijkheid omdat de donoren hun partners kunnen kiezen en zij gekozen moeten worden. Maar ontwikkelingswerk moet zorgvuldig analyseren welke lokale actoren een gezonde dynamiek en potentieel vertonen. Het is kiezen waarin je gelooft. Dat kan je niet zomaar gelijkstellen met ongelijkheid.

Bogdan Vanden Berghe wees er ook op hoe belangrijk het is om sterke lokale figuren te steunen. In fragiele staten is het niet gemakkelijk sterke structuren te vinden voor een partnerschap. Daarom is het daar zinvol op zoek te gaan naar sterke activisten/ personages. Bogdan Vanden Berghe verwees naar een samenwerkingsproject tussen 11.11.11 en de KVS met Congolese kunstenaars. Het geld kwam uiteraard uit het Noorden, maar toch ging het hier om een evenwichtige uitwisseling tussen interessante figuren uit Noord en Zuid.

Op de vraag van Dirk Barrez of een verweving van middenveld / beweging (vakbonden, mutualiteit, …) en een economische poot niet de oplossing zou zijn voor het Zuiden, wees Hugo Couderé op het feit dat in Afrika meer dan 70% van de economie informeel is. Daar kan je niet aan via het middenveld.

Hugo Couderé vervolgde met een bedenking over de meetbaarheid van giftfinanciering. Er is een monitoringcultuur gegroeid in ontwikkelingssamenwerking, maar het blijft erg moeilijk om resultaten te meten. Leningen en investeringen tonen onmiddellijk hun impact via hun opbrengst. Alterfin en de partner zijn van elkaar afhankelijk. De resultaten van de partner hebben een onmiddellijke impact op de werking van Alterfin. Dat is niet zo bij ngo’s. Die volgen een andere logica, waarbij het risico op afhankelijkheid groter is.
Toch erkent Hugo Couderé dat projecten die via leningen gesteund worden nog steeds nood zullen hebben aan technische ondersteuning, die gefinancierd wordt door giften (die ze niet moeten terugbetalen). Een goede synergie tussen ontwikkelingsgeld en alternatieve financiering is volgens Couderé de beste aanpak.

Een vraag uit het publiek verwees naar het gevaar dat giftwerking contraproductief zou zijn. Door alles gratis aan te leveren blokkeer je het economische denken en hypothekeer je het verantwoordelijkheidsgevoel.
Bogdan Vanden Berghe gaf aan dat technische capaciteitsondersteuning hierbij zeer belangrijk is. Maar ngo’s hebben ook en vooral de opdracht om bijvoorbeeld mensenrechten te steunen. 11.11.11 geeft al jaren steun aan Burundese mensenrechtenactivisten die fantastisch werk hebben geleverd, maar nu, met de crisis in het land, gevlucht zijn. Als we deze steun in meettabellen steken is het plaatje niet mooi: 10 jaar steun en nu is het land een ramp. Toch kan men niet beweren dat het allemaal voor niets was. Er is steun gegeven om krachten te versterken en op termijn zal dit renderen. Als je waardig werk, mensenrechten en dergelijke doelstellingen steunt, kan je de resultaten niet in een rendementslogica gieten. Het resultaat wordt door de dynamieken van de omgeving bepaald. Je kan wel druk uitoefenen. Ontwikkelingsactoren moeten een zuivere agenda steunen en daarvoor geld ophalen in binnen- en buitenland. 11.11.11 vraagt steeds een eigen vorm van engagement van de lokale actoren. Dat kan gaan via een performant belastingsysteem.

Op de publieksvraag of investeringen de ongelijkheidskloof, inherent aan een kapitalistisch systeem, niet vergroten, wees Hugo Couderé erop dat het vrijwel onmogelijk is een beweging of middenveld te construeren in een land dat geen economische ontwikkeling kent. Ook in België kwamen de vakbonden pas bij de industriële ontwikkeling van de grond. Uit economische ontwikkeling worden ook middelen gehaald voor de sociale ontwikkeling.

Hugo Couderé stelde ook duidelijk dat investeringen moeten gaan naar de groepen die zich aan de onderkant van het economische spectrum bevinden. Die arme economische actoren zullen rijker worden. Zo wordt een positief effect op de inkomenskloof bewerkt. Maar er zullen altijd achterblijvers zijn. Hij gaf toe dat microfinanciering voor de allerarmsten, de economisch niet-actieven, geen oplossing kon zijn en dat daarom een synergie van financieringsvormen de beste werkwijze is.

Ontwikkelingshulp en economische investeringen: ieder zijn winkel.

Lees het dossier ‘It’s all about the money, money, money… Hoe geld de ontwikkelingsrelatie inkleurt.’

 

This post is also available in: Néerlandais