+32 (0)10 24 80 69

VERSLAG n’GO Debat: “Warme hulp, koude ontwikkeling?”
N’GO Debat: VERSLAG

“Warme hulp, koude ontwikkeling?”

Heen en weer tussen caritas en structurele hulp.  7 gedachten uit het debat

De groeiende vraag naar efficiëntie en duurzaamheid in ontwikkelingssamenwerking heeft heel wat donorlanden en ngo’s ertoe bewogen caritatieve hulp achterwege te laten en voluit in te zetten op structurele ontwikkeling. Daarnaast boomen de particuliere initatieven, die vanuit een oprechte bezorgdheid een kleine steen willen verleggen, wars van overhead, bureaucratie en resultatenfetisjisme.

N’GO vroeg twee experten of de kerk nog in het midden staat. Lieve Herijgers, directeur van Broederlijk Delen en Jacques Mevis van het Vierdepijlersteunpunt (11.11.11) lieten onder moderatie van Jan Van Criekinge hun licht schijnen over de vraag.

Deze 8 gedachten voedden het debat:

 

1. Van caritas naar duurzame ontwikkeling onder maatschappelijke druk

Eind jaren 60, in volle ontvoogdingstijd, stootte de caritatieve ontwikkelingshulp op vurig studentenverzet. De provocatieve slogan “40 dagen delen, 325 dag stelen” viel niet in dovemansoren. Broederlijk Delen (BD) evolueerde van een caritatieve ngo naar een pionier van de derdewereldbeweging, die voortaan handelde vanuit een rechtvaardigheidsperspectief, met nieuwe structuren en een focus op eerlijke handel.

Het besef dat onrecht het gevolg was van scheve politieke en economische verhoudingen kreeg naam en toenaam in de nieuwe campagnes, die opriepen tot herverdeling van rijkdom, arbeid en macht. De koek moest structrureel anders verdeeld worden.

In de jaren 80 kwam daar de ecologische dimensie bij: “grond is leven”, en de jaren 90 stonden in het teken van de vluchtelingen. Broederlijk Delen was vastbesloten voortaan aan structurele ontwikkeling te werken voor de opbouw van menselijke waardigheid.—Lieve Herijgers, directeur Broederlijk Delen

 

2. Structureel én warm

Structurele ontwikkeling vraagt om partnerschappen. Maar daarin moet de menselijke ontmoeting centraal blijven. Samenwerking tussen Noordelijke en Zuidelijke institutionele partners  mag geen koude uitwisseling van geld van het ene instituut naar het andere worden. Communiceren, dialogeren lukt niet vanachter een pc en werken aan structuren werkt enkel via warme relaties. De inleefreizen van BD dragen hiertoe bij.De Noord-Zuidrelatie moet meer zijn dan ontwikkeling. We moeten het lef hebben om heilige huisjes in ontwikkelingssamenwerking in vraag te stellen en de krachten tussen actoren met een verschillende insteek bundelen. De 4depijlers een plaats geven is niet alles goed vinden, maar samen het debat aangaan.—Lieve Herijgers, directeur Broederlijk Delen

Werken aan verandering in het Zuiden moet op verantwoordelijke, doordachte wijze, met ownership en duurzaamheid als kernwoorden. Anderzijds missen de technische dossiers van bepaalde ontwikkelingsactoren de factor menselijkheid, uitwisseling, ontmoeting. Vele verzuurde Belgen hebben nog nooit gepraat met mensen uit het Zuiden. De ontwikkelingsimpact is belangrijk, de menselijke ontmoeting (naar iemands verhaal luisteren, met iemand koffie drinken) zo nodig nog meer.—Jacques Mevis, steunpunt 4de pijler (11.11.11)

 

3. Niet structureel, so what!

4depijlers kennen een enorme diversiteit in thema’s en aanpak, gaande van caritatief tot structureel en alle tussenvormen. Veruit het gros handelt met immens veel schroom, geïnspireerd vanuit nieuwe kaders zoals de SDG’s. De tweespalt ‘structurele ngo’s en caritatieve 4depijler is achterhaald.

De hoofdvraag is een intentiekwestie: heel wat 4depijlers hebben niet de ambitie om ‘het probleem van Congo op te lossen’. Zij willen een kleine bijdrage leveren aan het lenigen van menselijk leed. Wat is het probleem met cataractoperaties en betaling van begrafenissen? Deze uitingen van caritas hebben hun waarde, ook als deze niet structureel of met langetermijnperspectief  is. Enkel al de aanwezigheid van een 4de pijler kan een rol spelen om overheden in beweging te brengen. Dan wordt hun bijdrage wel structureel. Enkel als subsidies en grote budgetten in het spel zijn, kan het gebrek aan duurzaamheid in vraag gesteld worden.—Jacques Mevis, steunpunt 4de pijler (11.11.11)

 

4. Kleine vissen zwemmen in school

Ontwikkelingsprojecten die structurele oorzaken van onrecht aanpakken stoten vaak op de macht van grote politieke en economische spelers. Als de EU een visserijakkoord met Afrikaanse landen sluit, waardoor de kleine vissers geen vis meer kunnen vangen, zijn ontwikkelingsprojecten onmachtig. Politiek lobbywerk is daarom heel belangrijk geworden. Daarbij zijn expertise en handelen vanuit een netwerk cruciaal. Met de Belgische, Europese en internatioanle koepels worden pro-actief eisen gesteld en oplossingen aangedragen. Dit lobbywerk wordt ook gevoed door de partnerrelaties.—Lieve Herijgers, directeur Broederlijk Delen

 

5. Concreet verkoopt beter

Geld schenken is vandaag een dilemma: structurele, duurzame, langetermijnontwikkeling steunen, of kleinschalige projecten, die direct soelaas bieden en waaraan geen bureaucratiegeld blijft plakken? De fondsenwervingcijfers liegen niet: concreet verkoop beter. Toch is dit geen keuze voor juist of fout. Beide zijn complementair. Jongeren ervaren die contradictie minder. Zij rijmen met gemak inzet voor rechtvaardige internationale handel, hun aanwezigheid op de klimaattop in Parijs en een stage in een Nepalees jongerentehuis waarvoor een fuif geld in het bakje brengt.—Jacques Mevis, steunpunt 4de pijler (11.11.11)

Ngo’s werken binnen een zwaar gecontroleerd financieel kader en met  hoge eisen van transparantie vanuit hun algemene vergaderingen, samengesteld uit vrijwilligers. Bij BD moet 85% van de middelen besteed worden aan de doelstellingen, met name structureel en politiek werk. Ook de stromen naar het Zuiden worden streng gecontroleerd. Donorgeld is heilig en mag door iedereen gecontroleerd worden. —Lieve Herijgers, directeur Broederlijk Delen

 

6. Ontwikkelingshulp zonder geld?

Gelijkwaardigheid is een belangrijk criterium voor duurzame ontwikkelingssalmenwerking. Dat is moeilijk als de geldstroom uit één richting komt. Maar niet elke ontwikkelinghulp impliceert een geldtransfer. Een alternatief is om via het lokale middenveld een tegenmacht op te bouwen tegen een falende overheid. Ontwikkelingsactoren kunnen de samenwerking tussen lokale spelers faciliteren zodat ze kunnen leren van elkaar. Delen van kennis is cruciaal. Ook bij de 4depijlers is lang niet elke relatie of geldtransfer gericht. De uitwisseling primeert.—Lieve Herijgers & Jacques Mevis

 

7. Reciprociteit?

Gelijkwaardigheid, uitwisseling, inleefreizen… maar wanneer komen Afrikaanse jongeren eens naar hier? Dit is belangrijk in het kader van capaciteitsopbouw, maar vooral: voor het principe.
Ook het Noorden moet naar het Zuiden gaan om te leren. Enkel in de culturele sector lijkt dit te lukken. Daar staan Noord en Zuid niet in een superioriteits-/inferioriteisrelatie tot elkaar.—Miguel de Clerck, directeur Echos Communication

Hoe kunnen we het belang van ontmoeting valoriseren? Er zijn diverse pistes: de Zuidpartners onze campagnes laten doorlichten. Of nog belangrijker: meer diversiteit brengen in onze ‘witte’ organisaties, ook binnen de directies.—Lieve Herijgers, directeur Broederlijk Delen

 

SYLVIE WALRAEVENS

 

Een uitgebreide reflectie over de spanning tussen cariitatieve hulp en structurele hulp vindt u in het n’GO-dossier “Warme hulp, koude ontwikkeling. Laveren tussen caritas, structurele ontwikkeling en substitutiehulp.